Pussy
Ik had mijn zoontje verschoond, omgekleed en zijn droge wangen ingesmeerd toen mijn moeder zei: 'Als ze je zouden zien, zouden ze zeggen dat je een pussy bent.' 'Ze' zijn in dit geval de mannen en vrouwen van mijn geboorteland Algerije, mijn moeder incluis. Het huis rook naar geblakerde paprika en zeep, ik had net ervoor gekookt en de vloer gedweild. Op drie uur slaap. Ik vond mezelf op dat moment eigenlijk een behoorlijke strijder.
Na mijn studie ben ik gaan ondernemen. Een van de redenen voor deze keuze is dat ik zeggenschap wilde over mijn tijd, niet om de laatste plaats voor een toekomstig vaderschap, mocht dat mij gegund zijn. Ik had toen geen partner. De keuze had ik mezelf ingefluisterd. Omdat ik het toen al belangrijk vond, een vader worden die er zou zijn.
De vruchten van die keuze pluk ik vandaag. Thuis leunt het huishouden voor een groot gedeelte op mijn schouders. Ik draag mijn gezinnetje. Het woord 'dragen' vind ik hier het meest treffend. Dat dragen, die zorg, ervaart mijn vrouw als mannelijk, en waarschijnlijk heeft ze gelijk. Ik neem het op me om haar leven en dat van ons zoontje (en hond) makkelijker te maken. Net zoals het aan mij is om voor mijn personeel te zorgen. Onbedoeld of impliciet wil mijn moeder dat ik achterover ga leunen. Maar ik leef in een andere tijd, op een andere plek. Toen ik alle concepten over wat een man moest zijn liet gaan, ging de invulling van mijn masculiniteit instinctief. Ik zou me juist gekastijd voelen als ik mijn vrouw van hot naar her zou zien hollen, koken, verschonen, terwijl ik op mijn telefoon zit of, God behoede, met de vuist op tafel sla.
Pussy. Uit de mond van mijn eigen moeder, die zich vloekend, spugend en bijtend heeft vrijgevochten uit het patriarchaat en daar niet alleen een blijvende scherpe tong aan heeft overgehouden maar blijkbaar ook een soort Stockholmsyndroom. Mijn reflex was om in haar taal te antwoorden, de taal van de opstandeling (ik neuk hen allemaal die wat te zeggen hebben), maar ik zei wat ik echt vond: 'Ik zou een pussy zijn als ik dit allemaal niet zou doen. Nou proef deze paprika.'
Gender Reveal
Mijn feed schotelt me, nee, trakteert me op een compilatie van uit de hand gelopen gender reveal parties. Een koppel trekt tegelijk aan een feestcanon, blauwe confetti schiet de lucht in en van teleurstelling, barst de vrouw in huilen uit. Daarna volgt een clipje van een vader die zijn roze-confetti kanon op de grond smijt, aan de voeten van zijn twee dochters, en bijna jankend de moeder toeroept: ‘Not another one!’ Het laatste clipje is van een koppel voor wie net kenbaar werd dat ze van een jongen in verwachting zijn. De aanstaande grootmoeder snelt naar hen, woest. ‘No! No! No! I told you I wanted a girl for godssake!’ schreeuwt ze uit.
In mijn beleving zijn er relatief onschuldige ideeën over jongens en meisjes (zo lukt het mij niet om mijn zoons romper met strikje niet als meisjesachtig te ervaren. Maar ik trek het hem wel aan). En er zijn problematische conceptualiseringen. Waar is de grootmoeder eigenlijk boos om? Op een potentiële verwerkelijking van haar verbeelding, niet om een realiteit. Grootmoeder heeft ideeën, verhalen en fantasieën gekoppeld aan een sekse. Zo hardnekkig zijn die gedachten dat ze daarin is gaan geloven.
Concepten over wat een jongen en vervolgens een man moet zijn, hebben mij als kind en daarna als volwassene in de weg gezeten. In plaats van te zijn, probeerde ik te worden. Het voelde onvrij, soms verstikkend. Het leven naar iemand anders beeld maakt onzeker, haalde in ieder geval niet het beste uit mijzelf. De man die ‘not another one!’ in het clipje roept, reduceert in één zin niet alleen zijn dochters tot een idee, zijn idee, hij ontneemt hen daarmee direct de vrijheid om zichzelf te zijn en verder te ontdekken. En dat is nou precies een van de grootste verantwoordelijkheden van een ouder: omgaan met de zeggenschap over de interne ruimte van je kind die jou is toevertrouwd.
Ik laat het clipje nog een keer afspelen, houd mijn duim op het scherm om het beeld stil te zetten. Grootmoeder klimt het podiumpje op, rood aangeslagen, handen in de lucht. Ze wil dit niet. Ze wil een meisje for godssake! Andere grootmoeders zouden een zaghrouta zetten. Yelele-lele-leeeey! Maar op het moment dat het leven haar influistert dat het haar grootste geschenk aan het inpakken is, weigert ze het aan te nemen denkend dat ze een brandweerauto krijgt.